
Op papier klopte alles. Een groeiend MKB-bedrijf, ruim honderd mensen in dienst, en een strakke structuur: afdelingen, teamleiders, rapportagelijnen keurig vastgelegd in een overzichtelijk organogram.
Maar in de praktijk liep het stroef.
Besluiten bleven hangen, projecten vertraagden en samenwerkingen haperden.
Het duurde even voordat het kwartje viel:
Het probleem zat niet in de structuur, maar in wat je níet zag.
Invloed laat zich niet in hokjes vangen
Een organogram is handig. Het geeft inzicht in wie waarvoor verantwoordelijk is. Maar wie denkt dat het daarmee klaar is, ziet een belangrijk deel over het hoofd. Want in elk bedrijf speelt er een onzichtbare laag mee: invloed.
Niet de formele, maar de informele variant is in de praktijk het meest belangrijk om resultaat te behalen. Wat zich afspeelt in de wandelgangen, bij het koffieapparaat of tijdens dat ene telefoontje buiten de vergadering om is belangrijker dan wat er op papier staat.
Die éne collega die geen leidinggevende functie heeft, maar waar iedereen wél naar luistert.
Die medewerker die met één grap de spanning uit een overleg haalt of juist oplaadt. Of de ondernemer zelf, die (ondanks goede bedoelingen) vanuit betrokkenheid toch nog op allerlei plekken meepraat.